• 26-05-2022 van 11:30 tot 20:30
  • Plaats: Renswoude
  • Laatste wijziging: 22 mei

De Utrechtse Heuvelrug ontstond 150.000 jaar geleden tijdens de voorlaatste ijstijd. De oprukkende gletsjers stuwden het zand omhoog, waardoor er een langgerekte stuwwal ontstond, van het Gooimeer tot aan de Grebbeberg. Door de eeuwen heen hebben het water en de wind het gebied vervolgens verder gevormd. Het eindresultaat is een uiterst gevarieerd landschap, met heuvels, vlaktes, uitgestrekte heidevelden en vooral de eindeloze bossen. Na de Veluwe is de Utrechtse Heuvelrug het grootste bosgebied van Nederland.

Eeuwen geleden stond de Utrechtse Heuvelrug ook al bekend om zijn natuurpracht. Welgestelden lieten hier daarom landgoederen en kastelen aanleggen. In de vorige eeuw kreeg het gebied tevens een militaire functie, aangezien de Grebbelinie hierdoorheen liep. Deze reeks aardewallen forten en betonnen kazematten moest ons land beschermen tegen invallen vanuit het Oosten. Met al deze historische monumenten, is deze streek tegenwoordig een unieke mix van natuur en cultuur. Kortom een mooie prachtige wandeling door het buitengebied van Renswoude en Veendaal, langs (nieuwe) landgoederen en kasteel Renswoude en een groot deel over de Grebbelinie. 

Renswoude

Al in 855 werd Renswoude als silva Hrenhem (het Rhenense woud) genoemd in een oorkonde. Het was een enorm uitgestrekt en ondoordringbaar woud tussen het hedendaagse Ede, Rhenen, Lunteren, Renswoude, Woudenberg en Leusden. Er was hier een rijke vegetatie met heel veel wild, gezien de jachtkonden van de bisschop van Utrecht. Door menselijke ingrijpen is hier echter nog maar een fractie van over. Dit gebied is eeuwenlang het strijdtoneel geweest tussen de bisschoppen van Utrecht en de hertogen en graven van Gelre met vele slachtoffers aan beide kanten. Boeren en de plaatselijke bevolking mochten niet jagen op de akkers en nabij gelegen bossen, omdat volgens het alleenrecht dit alleen maar voor behouden was aan de gelderse graven en hertogen. Wie gepakt werd verloor zijn goederen en eigendommen, vervolgens werd je dan ook nog verbannen en of gedood. Gezien het feit dat deze gelderse graven en hertogen nogal wreed konden zijn en het barre tijden waren, geen zeldzaamheid. 

De nederzetting Renswoude is echter veel minder oud. Die ontstond eigenlijk pas rond 1400. Renswoude bestond toen uit een versterkt huis, de Borgwal genaamd, en een aantal verspreid liggende boerderijen. In 1638 stichtte Johan van Reede een dorp bij de voormalige Borgwal. Dit bestond uit de huidige Dorpsstraat, met hierlangs wat lintbebouwing. Hiernaast ontstonden er nog twee achterwegen, de huidige Molenstraat en de Kerkstraat. Ook liet Van Reede het kasteel Renswoude (1654) en de koepelkerk (1639, naar een ontwerp van Jacob van Campen) bouwen.

Kasteel Renswoude

Gebouwd tussen 1350 en 1375. Het huidige kasteel van Renswoude had een middeleeuwse voorganger. Waarschijnlijk wordt in 1346 door bisschop Jan van Arkel het gebied 'Rijnswoude' van de burgers van Rhenen gekocht, met het doel het gebied in leen te geven aan zijn broer Robert. Deze Robert sneuvelt echter al een jaar later bij Luik en dan wordt diens bastaardzoon, ook Robert geheten, met het goed in 1363 beleend. Er wordt vanuit gegaan dat deze Robert de bouwheer is van het eerste kasteel, dat ook wel onder de naam Borchwal in de archieven voorkomt.
Robert had een bastaardbroer, Johan van den Borch, die hem vermoedelijk opvolgde in het leen en daarna wordt Jan van Rhijnestein, bastaardzoon van de bisschop zelf, met Renswoude beleend. Jan was ook al leenman van kasteel Rhijnestein en trouwde met Lutgard Gijsbrechtsdr. van Sterkenburgh.

Vervolgens komen we als leenman in 1381 Claes Oem tegen, die twee jaar later al weer opgevolgd wordt door Claes van Zevender. Claes trouwde met Machteld Woutersdr. van IJzendoorn en wordt na zijn dood in 1414 opgevolgd door hun zoon Willem. Hij is slechts drie jaar leenman en omdat hij geen nakomelingen heeft vererft het kasteel op zijn zus Arnolda. Arnolda trad in het huwelijk met Gerrit van Culemborg, waarmee het kasteel in deze familie komt.
Na het overlijden van Arnolda in 1423 wordt zij opgevolgd door haar zoon Gerrit. Gerrit trouwde met Margaretha Taets van Amerongen en werd in 1459 opgevolgd door zoon Gerrit. Deze Gerrit, Gerrit IV van Culemborg werd na zijn dood eerst opgevolgd door zijn zoon Dirk, maar toen deze in 1502, zonder kinderen na te laten, overleed, volgde zijn broer Willem II hem op. Willem II was nog dertien de leenman van Renswoude en werd toen opgevolgd door zijn minderjarige zoon Gerrit, die echter zeven jaar later al overleed en opgevolgd werd door zijn broer Johan. Hij is van 1523 tot zijn dood in 1558 eigenaar van het kasteel en in die periode wordt het kasteel in 1536 erkend als ridderhofstad.

Als Johan, die trouwde met Agatha van Coulster in 1558 sterft, heeft hij alleen dochters en daardoor erft zijn dochter Margaretha het kasteel. Zij trouwt met Philips van Hamale en is vijftig jaar eigenaresse van het kasteel en bij haar overlijden is haar oudste zoon inmiddels overleden en haar kleinzoon, ook Philips van Hamale geheten, erft Renswoude. Omdat de familie Van Hamale zijn bezittingen hoofdzakelijk in België had, is het kasteel Renswoude in verval geraakt. Daarom besluit Philips in 1623 het kasteel te verkopen. Dit is dan de enige keer dat Renswoude verkocht werd.

De nieuwe eigenaar wordt Johan van Reede. Deze gereformeerde kasteelheer vindt een kerk belangrijker dan de herbouw van zijn eigen kasteel. Het huis op zijn landgoed waar protestantse samenkomsten werden gehouden, was te klein geworden. Hij krijgt toestemming om vlakbij het kasteel een eigen kerk te bouwen. Deze fraaie koepelkerk wordt in 1641 in gebruik genomen. Vervolgens laat Johan van Reede het oude slot afbreken en het nieuwe, huidige kasteel bouwen. Het kasteel werd waarschijnlijk gebouwd door de Utrechtse bouwmeesters Gijsbert Theunisz. van Vianen en Pieter Jansz. van Cooten. In de muur van het kasteel is een wapensteen aangebracht met het jaartal 1654; in dat jaar zal de herbouw van het kasteel zijn afgerond.
Bijna zestig jaar is Johan eigenaar van Renswoude geweest; omdat zijn zoon bij zijn overlijden in 1682 al overleden is, wordt hij opgevolgd door zijn kleinzoon Frederik Adriaan van Reede. Hij zet het herstel van het kasteel voort, samen met zijn echtgenote Maria Duyst van Voorhout, met wie hij in 1685 trouwt.
Tijdens de afwezigheid van haar man liet zij het nu nog bestaande Grand Canal graven tegenover de kasteellaan. Hierdoor werden veel werklozen aan werk geholpen. Maar het was vooral bedoeld als verrassing voor haar man, want hij had een grote bewondering voor Versailles. En zo'n langgerekte vijver hoorde thuis in de Franse tuinaanleg van die tijd.
Na het overlijden van Frederik Adriaan blijft zijn weduwe nog tot haar dood in 1754 op het kasteel wonen. Omdat het echtpaar geen kinderen heeft, vererft het kasteel op een achternicht: Maria Jacoba Pijnssen van de Aa, die inmiddels weduwe is van Leonard Taets van Amerongen.

Hiermee komt het kasteel in bezit van de familie Taets van Amerongen. Als de nieuwe eigenaresse na twaalf jaar sterft, neemt haar tweede zoon Gerard Maximiliaan Taets van Amerongen, Renswoude uit de boedel. De nieuwe eigenaar is niet Oranjegezind en daarmee patriot, wat tot gevolg had, dat toen het Pruisisch leger ons land binnenviel, hij naar Frankrijk moest vluchten, waar hij in 1788 in Douai overleed, terwijl zijn weduwe Catharina Johanna Mossel in 1795 in Antwerpen overleed.
In 1802 keert de jongste zoon van voorgaand echtpaar, Joost Gerard Baron Taets van Amerongen, terug naar Nederland en uit de nalatenschap van zijn ouders neemt hij kasteel Renswoude. Omdat hij twee oudere broers heeft en drie jongere zussen gaat hij de verplichting aan dat hij in twaalf jaar tijd vijf zesde van de waarde van het kasteel aan hen uit zal betalen. Mogelijk om dat geld op te brengen heeft hij geprobeerd het kasteel te verhuren; dit blijkt uit een advertentie in de Oprechte Haarlemmer Courant uit 1805. Of de verhuur plaats gevonden heeft, is niet bekend.

In 1816 trouwt hij met Clasina Cornelia van Nellesteyn en ze gaan in het kasteel wonen. Clasina Cornelia is een dochter van de heer van Broekhuizen. Tijdens de vierendertig jaar, die ze op het kasteel wonen laten ze het huis moderniseren en een park in Engelse landschapsstijl aanleggen. Joost Gerard sterft in 1850 en wordt opgevolgd door zijn zoon Maximiliaan Jacob Leonard Taets, die meet dan vijftig jaar heer van Renswoude was. Hij trouwt in 1848 met zijn nicht Henriëtte Jaqueline Wilhelmine Huydecoper. Door dit echtpaar wordt het kasteel verder gemoderniseerd. Het echtpaar krijgt maar één zoon en deze woont samen met zijn vrouw, Louise Henriëtte van Eeghen, vanaf 1902 tot zijn dood in 1922 in kasteel Renswoude. Zijn oudste zoon, Maximiliaan Jacob Leonard, woont er na zijn vaders overlijden tot zijn dood in 1958, waarna zijn weduwe nog in het kasteel blijft wonen.
Sinds 1968 is het kasteel ondergebracht in de familiestichting Taets van Amerongen. Het park werd overgedragen aan de Stichting Het Utrechts Landschap.
Op 28 november 1985 ging de zolderverdieping in vlammen op. Ook de drie bovenlagen van de toren en het gedeelte waar zich de eetkamer bevond, moesten het ontgelden. De brand had een schade van miljoenen veroorzaakt. Al de volgende dag begon men met het oprichten van steigers. Dit werd bereikt door de voortvarendheid van de toenmalige eigenaar, baron J.J.C. Taets van Amerongen. Ondertussen is het kasteel weer volledig gerestaureerd. Deze baron is op 16 juni 2009 overleden. Zijn erfgenamen bewonen tegenwoordig dit kasteel. Het kasteel is voor groepen op aanvraag te bezoeken Het park en bos is ongeveer 35 ha groot en vrij toegankelijk. 

Extra anecdote de Emminkhuizerberg

Hoewel de Emminkhuizerberg maar 15 meter hoog is, is het toch erg opvallend in het landschap. Margaretha van Culemborg, Vrouwe van Renswoude in de 16de eeuw, vond de berg waarschijnlijk ook een geschikte plek om te wonen. Want het huis Emminkhuizen lag boven op de berg. Het huis staat er tegenwoordig niet meer. In de omgeving van het huis zal Margaretha vast veel hebben rondgewandeld, want zij werd vernoemd in de Juffersdijk, de Juffersluis en de Juffrouwwijk. De Juffrouwwijk was een kanaaltje dat om de Emminkhuizerberg naar de Roode Haan bij Veenendaal liep.

Grebbelinie

De Grebbelinie was een voorverdediging van de Hollandse Waterlinie, een Nederlandse verdedigingslinie, gebaseerd op inundatie. Deze linie liep door de Gelderse Vallei vanaf de Nederrijn bij de Grebbeberg te Rhenen langs het Valleikanaal en de Eem tot aan de Zuiderzee, later het IJsselmeer.

De 18e eeuw

De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden begon in 1744 met de aanleg van de Grebbelinie om Holland te beschermen tegen inval van vijanden. Diverse onderdelen uit die tijd zijn nog steeds in het landschap te herkennen, zoals de Groeperkade en Fort Daatselaar in de omgeving van Renswoude. In 1794, tijdens de Eerste Coalitieoorlog is de linie voor het eerst gebruikt, zij het uiteindelijk zonder succes, tegen de inval van de Eerste Franse Republiek.De ontwerper van deze verdedigingslinie is Bernard de Roij jr.[1]

De 19e eeuw

Tot laat in de 19e eeuw werd de Grebbelinie onderhouden. Hoe langer echter de linie ongebruikt werd gelaten, hoe minder de noodzaak ervan werd gevoeld. In 1926 werd een groot deel van de vestingwerken opgeheven.

De 20e eeuw

In 1939 is de in onbruik geraakte linie toch nog een keer in werking gesteld. In de plannen van de opperbevelhebber van het leger, generaal Reijnders, nam de linie de rol in van voorverdediging van de Vesting Holland. Op het laatste moment (februari 1940) besloot de nieuwe bevelhebber generaal Henri Winkelman de hoofdverdediging in de Grebbelinie te voeren. De inundaties werden in werking gesteld tussen de Grebbeberg en het IJsselmeer. Bij de Duitse invasie werd hier enkele dagen standgehouden door het Nederlandse leger. Op verschillende plaatsen, zoals bij Fort Engelaar moest de strijd opgegeven worden door gebrek aan munitie. De zwaarste strijd is gevoerd tijdens de Slag om de Grebbeberg.

Tijdens de Duitse bezetting leek het er lange tijd op dat de rol van de Grebbelinie als verdedigingslijn was uitgespeeld. De versperringen werden opgeruimd en Duitse troepen werden ingezet om samen met Nederlandse burgers en werkeloze militairen de aanwezige stellingen af te breken. Maar in oktober 1944 vestigde de Organisation Todt zich in de Gelderse vallei. Deze organisatie werd belast met de bouw van een nieuwe verdedigingslinie die tussen Amersfoort en Veenendaal over het tracé van de oude Grebbelinie liep. Deze nieuwe linie werd door de Duitse bezetter Pantherstellung genoemd. De Pantherstellung werd voornamelijk door Nederlandse dwangarbeiders maar ook door Russische, Italiaanse en Franse krijgsgevangenen gebouwd. In maart 1945 waren meer dan twaalfduizend mensen aan het werk. De Nederlandse dwangarbeiders ontvingen 5 gulden per dag met een eventuele toeslag. Naast de financiële vergoeding werd voeding verstrekt wat in hoeveelheid en kwaliteit afnam in de laatste maanden van de oorlog. Na de geslaagde operaties Plunder en Varsity had de verdedigingslinie zijn rol verloren omdat de geallieerden achter de linie stonden. De oude Grebbelinie werd toen weer van belang voor een verdediging van het westen van Nederland. Tot echte gevechten om de stelling is het niet gekomen, het Canadese leger staakte haar opmars naar West Nederland net voor de Grebbelinie. In 1951 werd de Grebbelinie als verdedigingswerk opgeheven. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw hebben veel resterende landschapselementen van de Grebbelinie een beschermde status gekregen vanwege zowel hun cultuurhistorische als natuurwaarde. 

De 21e eeuw

Eind 2014 is de Grebbeliniedijk tussen Amersfoort en Bunschoten met 70000 m² klei versterkt. Hierbij is ook het historische Grebbelinieprofiel weer aangebracht. Het profiel bestond uit een 'walgang' (waarover kanonnen konden worden vervoerd) een iets hoger liggende banket waar de soldaten met hun geweren in de aanslag lagen, en vóór hen een hoge borstwering. Hoewel het banket nooit echt aangelegd was, werd het bij de verhoging en versterking van de dijken wel aangemaakt in het stuk Bunschoten-Amersfoort. Dertien kazematten zijn daarbij ingepast in de dijk langs het nieuw aangelegde fietspad tussen Amersfoort en de Malebrug over de Eem. Op 18 april 2011 werd de Grebbelinie als rijksmonument aangewezen, door de toenmalige staatssecretaris Zijlstra aan de Fort aan de Buursteeg bij Renswoude, waar vanuit wij de wandeling starten.

Flora en fauna

Nieuwe landgoederen

Tussen de dorpskern van Renswoude en het historische landgoed Scherpenzeel zijn 3 nieuwe en moderne landgoederen ontwikkeld: Klein Wolfswinkel, Wittenoord en Groot Abbelaar. Hiermee is de landbouw op deze locaties omgevormd tot een groene zone langs het dorp met moderne bebouwing en historische landschapselementen. Het gebied is een schoolvoorbeeld voor het zogenaamde coulissenlandschap. Kleine landschapselementen als bomenrijen en bosjes zorgen voor een afwisselend landschap dat rijk is aan natuur en waar diverse dieren zich thuis voelen. Zo broeden op Groot Abbelaar kieviten, komen er dassen voor op Klein Wolfswinkel en komen reeën graag op Wittenoord.

Dassenburchten

De das is een echte bouwmeester. Dassen wonen in burchten, riante onderaardse kastelen, die wel 4 km lang kunnen zijn. Het liefst bouwen ze hun burcht in het agrarisch cultuurlandschap, zoals kenmerkend is voor het buitengebied van Renswoude. De das is actief in de schemer en nacht en is vrij luidruchtig met kenmerkend geknor. Door het lawaai eet de das geen snelle dieren, maar regenwormen aangevuld met bessen en maïs. Na het dieptepunt in het aantal dassen in 1980 in Nederland, gaat het dankzij actieve bescherming weer beter. De das komt in de schemer en ‘s nachts uit de burcht om voedsel te zoeken.

Langs het stromend water

De Lunterse Beek stroomt van Lunteren langs Renswoude en mondt uit in het Valleikanaal. Ter hoogte van de landgoederen Klein Wolfswinkel en Engelaar heeft Waterschap Vallei en Veluwe de Lunterse Beek heringericht. De landschappelijke beleving is door de natuurlijke inrichting van de beek sterk verbeterd. In de zomer is de beek smal waardoor het langer blijft stromen en door de brede overstromingsvlakte kan de beek nog altijd hoge regenwaterpieken afvoeren. In deze beek leven veel bijzondere dieren zoals de weidebeekjuffer, de ijsvogel en het bermpje.

Meeuwenkampje

Aan beide zijden van het spoor ligt het beschermde natuurgebied Meeuwenkampje. Door de venige bodem , de lage ligging en de verdroging van de Gelderse Vallei komen hier zeldzame planten en dieren voor. Het Meeuwenkampje wordt dan ook gezien als één van de belangrijkste natuurparels in de Gelderse Vallei. Door de venige bodem is het gebied altijd gebruikt als hooiland, waardoor er nu bijzondere en waardevolle planten groeien, zoals klokjesgentiaan, grote muggenorchis, ronde zonnedauw en dopheide. Schaapskooien herinneren nog aan de tijd dat hier veel schapen werden gehouden.

 
 
Stuur me een e-mail als iemand een reactie plaatst –

Na je inschrijving bij Activiteitenclub Klub Aktivo kun je hier een reactie plaatsen.

Schrijf je in bij Activiteitenclub Klub Aktivo

Reacties

  • Sorry dat ik gisteren "openbaar" reageerde ivm eten; ging eerlijk gezegd ongemerkt. Vervolgens stuurde ik meteen privébericht. 

    Groet, Jaco 

  • Wie wil er na afloop omstreeks 18:00 uur nog eten bij de Grebbelounch. Heb in eerste instantie voor 15 personen gereserveerd. Laat het me zo spoedig mogelijk weten, doch uiterlijk zondag middels een privébericht.

    • Hoi Stefan,

      Leuk voorstel om te eten in de Grebbelounge. Ik geef mij hierbij op om mee te eten. 

      Mvg, Jaco 

  • Jammer volgende keer beter.

  • Dan kan ik niet is op Hemelvaartsdag/ werken. Groeten allemaal en een fijne wandeling toegewenst.

  • Veel plezier in Limburg. Tot een volgende keer

  •  Mooie wandeling en jammer dat ik dan niet kan. Ik ben dan 3 dagen in Limburg. Fietsen langs de Maas.

    Heel veel wandelplezier allemaal.

     

    gr Do

Deze reactie is verwijderd.

Klub Aktivo

Activiteitenclub Stichting Klub Aktivo organiseert activiteiten voor alleenstaanden en alleengaanden. Vrijwel ieder weekend diverse activiteiten voor alleenstaanden door heel Nederland. De gemiddelde leeftijd bij onze singles activiteiten is ongeveer 55 jaar. Je ontmoet andere singles van je eigen leeftijd. De club bestaat geheel uit vrijwilligers.

Je bent alleengaand als je zonder partner meedoet met de activiteiten. Je hoeft dus niet per sé single te zijn om mee te doen.

Alle activiteiten worden voor en door de deelnemers georganiseerd. Je komt soms op plaatsen waar je nog nooit geweest bent en er zijn bovendien activiteiten die je misschien in je eentje niet zo snel zult doen. We zijn geen datingclub en de sfeer is ongedwongen.

Schrijf je in en doe mee. 90 dagen voor € 9,95 of 360 dagen voor € 29.

Wie is online

 

Verlengdatum:

Als je betaalde periode is verlopen kom je na inloggen op de betaalpagina terecht. Betalingen vind je terug op je profielpagina.

 
Geolocation Partner: LocationIQ

Reservelijst SMS 🔔

Ontvang een sms bericht als er een plaats vrijkomt bij een activiteit waar je op de reservelijst staat. Alleen de eerste drie aanmelders op de reservelijst ontvangen een sms.  

  Hoe werkt de reservelijst? 
Lees meer ...

Activiteiten snel vol

De activiteiten zitten snel vol met mensen die hun plek veilig willen stellen. We zien dat enkele dagen van tevoren er vaak toch weer plekken vrijkomen. Als je op de reservelijst staat, dan krijg je een mailtje als er een plek vrijkomt. 

  Klik op een activiteit voor meer details en om je op te geven.
  Klik onderaan de lijst van komende activiteiten op 'abonneren' om een e-mail te ontvangen bij een nieuwe activiteit.
 

 

 

Bij Activiteitenclub Klub Aktivo kun je meedoen aan activiteiten voor alleenstaanden (singles) en alleengaanden. Je hoeft niet per sé single te zijn om mee te doen. Je bent alleengaand als je zonder partner meedoet met de activiteiten. Als je wilt, kun je zelf activiteiten organiseren in Noord-Holland, Zuid-Holland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg, Utrecht, Gelderland, Overijssel, Flevoland, Groningen, Friesland en Drenthe.